Ze zeggen wel dat het schrijven van een boek bloed, zweet en tranen vergt. Een schrijver zou te maken krijgen met writersblock, overdoses koffie en zich verwaarloosd voelende gezinsleden. Ik keek daar niet naar uit, maar ik was op de hoogte van de gevaren en bereid de last te dragen. Alleen overkwam die ellende me nooit.
Ik typte braaf wat het stemmetje in mijn hoofd me dicteerde en ja, ik liep wel slaapgebrek op, maar dat kwam doordat de stroom woorden nooit leek te stoppen.
Misschien hielp het dat ik wist dat het boek er hoe dan ook zou komen. Hoe ik dat wist? Door de opdracht op de eerste bladzij.
‘Voor Ashgan, die nooit heeft kunnen spreken. Ik ben altijd trots op je geweest, en zal dat altijd zijn.’ Zo luidt die zin. Ik ben stapelgek op Ashgan, hij is zonder twijfel een van de grootste liefdes van mijn leven.
Zijn jeugd was van A tot Z verrot. Maar weinigen hebben hem oprecht en open hun liefde en bewondering verklaard. Hij is vooral op afkeuring, verbod, vernedering, geweld en desinteresse gebotst.
Ieder mens heeft liefde, erkenning en respect nodig. Die dingen geef ik hem wel, maar dat was naar mijn idee niet genoeg. Als ik die boodschap ook nog zou geven via een boek, zouden vele duizenden weten dat ook iemand als Ashgan deze dingen waard is. Misschien dat dat enigszins de negativiteit zou compenseren waarmee hij is gevoed. Ik wist dat elk boek waar ik dat als aanhef zou gebruiken, zou uitkomen. Waarom? Omdat het nodig is. Het is nodig voor hem en voor alle andere kinderen met een verrotte jeugd. Als je een zeer intense noodzaak mengt met een stevige portie liefde, krijg je een geweldige droomkracht. Dat is de brandstof voor het vervullen van een verlangen.
Twijfel je over deze logica? Ha, het boek ligt al in de winkel.

