Kleine kinderen doen wat ze ervaren. Voelen ze rust, dan tonen ze rust. Voelen ze spanning, dan stuiteren ze. Pas na jaren krijgt een kind het onder de knie iets anders te doen met gevoelsimpulsen dan ze meteen om te zetten in lichamelijkheid. Ze leren om de spanning uit te leven in spelletjes, waarna ze zich rustiger houden. Maar ze leren ook om spanning te onderdrukken of te uiten in kleine dingetjes, zoals een tic of het trillen van een been. Tegen de tijd dat we volwassen zijn, zijn we zo goed in impulsbeheersing, dat de meesten van ons de link niet zien tussen ons lichaamsgevoel en onze emoties en de indrukken die we op doen. Pas wanneer de rem erop gaat middels burn-out of chronische ziektes, keren sommigen terug naar die wijsheid.
Je kunt dus heel goed zien aan de bewegingen van een klein kind hoe het zich voelt. Die informatie helpt je te zoeken naar oorzaken en oplossingen.
Het punt is nu, dat een kind niet alleen doet wat het zelf voelt, het doet ook wat anderen in zijn omgeving voelen. Pas vanaf zijn zevende ongeveer gaat het onderscheid maken tussen ik en jij, en tot die tijd is het min of meer overgeleverd aan de sferen en stemmingen in zijn omgeving.
Er ligt hier een taak voor de ouder: die heeft het kind te beschermen voor te veel of schadelijke invloeden en indrukken van buitenaf, omdat het kind zelf nog geen filter heeft.
Maar ook spiegelt het kind de emotionele toestand van de gezinsleden, vooral die van de ouders.
Het is naar om te zien dat je kind stuitert. Als hij problemen heeft, wil je hem er graag mee helpen. Maar als hij jouw problemen laat zien, is het nog urgenter hem daarvan te verlossen.
Wil je deze stelling een kans geven? Dat kun je simpel doen door naar je kind te kijken en je af te vragen: wat voel ik zelf, dat mij doet denken aan het gedrag van mijn kleintje? En als je iets vindt, ga er dan voor je zelf mee aan het werk. Doe je dat succesvol, dan zal zich dat onmiddellijk weerspiegelen in het gedrag van je kind.
lees ook Mijn kind luistert niet

