Een keer was ik op bezoek bij een gezin met een paar puberkinderen. Vooral de middelste was een bron van zorgen.
‘Hij luistert niet, het is verschrikkelijk. Hij spijbelde teveel en wat we er ook van zeiden, het hielp niet. Nu heeft school hem definitief geschorst. We hebben een hele goede opleiding voor hem gevonden, maar hij komt er niet opdagen. Ik weet niet waar hij de hele dag uithangt. Waarschijnlijk toert hij rond op zijn brommer. Je wil niet weten wat voor boetes hij daarmee verzamelt! En wij kunnen dat allemaal betalen. Het is gewoon verschrikkelijk en wat je ook zegt, hij luistert niet.’
De hele middag hoorde ik over de gebreken en ondeugden van deze jongen. Aan het eind van de middag kwam het onderwerp van gesprek binnen. Hij stelde zich voor en gaf me een hand. De moeder begon tegen hem aan te toeteren. Heb je wel dit en heb je wel dat en ik heb je toch zo gezegd en zie je nu wel dat en straks ga je eindelijk eens en … Binnen drie minuten zag ik de aandacht van de jongen verdwijnen naar de zolderbalken. Na dertig minuten haalde de moeder adem. Die gelegenheid greep de jongen aan om zich te verexcuseren. Hij liep de kamer uit. Ik dacht geschokt:
Wie luistert hier nu eigenlijk niet?
lees ook: Hoe geef je een opdracht aan een puber?

