Ik schrijf een boek over de omgang met pubers. Daarvoor interview ik ouders en kinderen.
‘Willen jullie daar ook aan meedoen?’ vroeg ik een vriendin en haar dochter. Dat wilden ze wel.
Ik luister al jaren naar de twijfels en vragen die mijn vriendin omtrent haar dochter heeft. Wat zij me in het interview vertelde was me dus bekend. Daarna kwam de dochter aan de beurt. Ik kende haar als een gesloten kind met wie ik nooit diepgaand contact had gehad. Maar in dit gesprek onder vier ogen was er niets over van haar terughoudendheid.
Ik had de kant van de moeder gehoord, maar nog nooit die van de dochter. De schellen vielen me van de ogen.
Op alle vragen van de moeder had de dochter de antwoorden. Pasklaar, helder en wijs. Ze gaf me goede inzichten en bruikbare alternatieven voor de omgang tussen hen. Wat is er gaande in dit huis? dacht ik ontsteld. Praten zij nooit met elkaar?
‘Ik wil je interview met mijn dochter wel lezen,’ zei de moeder toen we klaar waren.
‘Dat kan ik niet geven, want ik heb geheimhouding beloofd,’ zei ik. ‘Maar ze heeft voor mijn boek een paar goede adviezen aan ouders gegeven. Ik kan haar vragen of je die mag zien.’ Het meisje vond dat wel goed. Ik schreef haar adviezen apart uit en mailde ze de dochter toe.
‘Hier zijn ze,’ zette ik erbij. ‘Pas ze aan als je wil, en geef ze aan je moeder wanneer het jou uitkomt.’
Volgens mijn laatste informatie is dat niet gebeurd. Misschien was zelfs deze uitwisseling te moeilijk in het gefrustreerde contact tussen moeder en kind.
Inmiddels woont het meisje bij haar vader.
Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik geschokt was. Mijn voorlopige conclusie is deze:
Laten de ouders hun meningen en oordelen eens opschorten en naar hun kinderen gaan luisteren. Die hebben waarschijnlijk heel goede ideeën voor een ideale samenwerking.
_____________________
Meer hierover in mijn boek, dat in het voorjaar uitkomt bij Scriptum
van dezelfde aard: Help, mijn puberkind heeft mij!

