Morgen gaat mijn zoon op kamp.
‘Kom je me helpen mijn tas in pakken mama?’
‘Dat is goed.’
‘Neem je dan van beneden het lijstje mee?’ Als ik op zijn kamer kom zit hij aan de pc.
‘Kun je dan even stoppen met dat spel?’
‘Nee, want dan ga ik dood.’
‘Het lijkt me toch niet zo’n probleem om het gamen een half uur uit te stellen. Ik wil heel graag je onverdeelde aandacht.’
‘Kijk ik pak de kampeerspullen bij elkaar en heel af en toe moet ik naar de pc om een klein dingetje te doen om followers te krijgen.’
‘Luister. Ik kom hier om jou te helpen en..’
‘Als ik iets aan jou vraag ga jij ook altijd door met twitteren.’ Oeps.
Plop, zegt de pc.
‘Kijk, nu ben ik dood.’
Hij leest het lijstje door en pakt handdoeken en toiletspullen bij elkaar. Loopt dan naar de computer en gaat zitten.
‘Ik vind het zo vervelend samen met iets bezig te zijn terwijl jij steeds naar de pc …’
‘Dat komt omdat je me zonet dood hebt laten gaan. Nu moet ik weer een heleboel dingen doen om dat in orde te maken.’
‘Weet je wat, doe het maar even alleen, dan ga ik beneden de rugzak repareren.’ Ik stamp de trap af. Op een trede ligt een stapeltje administratie in de weg. Er zitten vast ook nog rekeningen tussen. De naaimachine doet het niet, het moet met de hand. Voor me staat een plant die nodig verpot moet worden en wat een rotzooi is het in de kamer. Koffie, zou dat helpen tegen een slecht humeur?
Ik denk verwoed na wanneer de irritaties zijn begonnen. Toen bleek dat ik de aandacht van mijn zoon moest delen met zijn computer. Ik kan daar NIET tegen. En ook al ben ik zo goed in het beheersen van mijn irritaties, ik MAG daar niet tegen kunnen. Dat mag ik.
Ja dat wel, maar vrolijker word ik er niet van. Ik ga naar boven.
‘Hier is de rugzak. Als je nu wil dat ik je help…’
‘Je hoeft me niet te helpen. Maar ik wil je wel af en toe iets kunnen vragen.’
‘Goed, dan controleer ik aan het eind wel of je alles hebt. Heb je al vervoer geregeld voor morgenochtend?’
‘We kunnen toch met de fiets?’
‘Met die zware rugzak?’
‘O nee. Maar dat komt wel goed.’
‘Misschien moet je iemand bellen.’
‘Mama, je zit te stressen.’
‘Nee hoor, het was alleen maar een vraag.’
‘Je zit te stressen.’
Het goede voorbeeld geven als ouder bestaat soms ook uit in het zand happen en toegeven dat je kind gelijk heeft. Natuurlijk was ik aan het stressen, alleen had ik dat zelf nog niet door. Het komt echt wel in orde met het verzamelen van de spullen. En anders maar niet, dan is dat ook weer leerzaam. Dood zal hij er niet aan gaan. En anders koopt hij maar een nieuw leven.
Toegeven dat ik zat te stressen leverde me op: Einde aan de irritatie, einde aan het stressen. Minder werk, want hij doet het lekker zelf.
voor coaching www.magicoflife.nl


Mooi stukje Laura!
Mijn 13-jarige Emma is net op brugklaskamp geweest. Wat ontzettend herkenbaar.. Ook het ‘twitter-verwijt’
)
Zie ‘t helemaal voor me.
Hier met drie pubers ook de nodige ‘stress’.;-) go mum go!
3, dan heb je er ook meteen een boel….