Feeds:
Berichten
Reacties

Vorig jaar rond deze tijd vroor het ook zo hard. Mijn vijver raakte dicht. De eerste dagen hield ik hem open voor het leven dat zich in de donkere diepte onder de ijslaag had verscholen, maar het was niet bij te houden.

Mijn hoofd stond er ook niet helemaal naar. Bijna iedere dag maakte ik de reis naar het ziekenhuis waar Semmetje lag te vechten. Klein en kwetsbaar in die zee van gesteven wit, een ander kind van acht zou tweemaal zo groot zijn. Zijn lichaam had het sinds de bijna-verdrinking zeven jaar eerder te druk gehad met andere dingen, om te kunnen groeien volgens de algemene voorschriften.

Het hoofdje lag naar links, nooit naar rechts, want die draai stonden de verkrampte spieren al tijden niet meer toe, de schedel een beetje vervormd van het vele liggen in dezelfde houding. Wat gebeurt er met een bol brooddeeg dat je verzuimt in de oven te doen? Hij zakt langzaam naar de vorm van zijn ondergrond.

Ik had wel foto’s gezien van voor het ongeluk. Een stevig kereltje was Sem toen, met wit glanzende engelenkrullen. Gelukkig dat hij zo stoer was, dat hij wel tegen een stootje kon. Want je hebt heel wat te verduren als je in een lichaam woont dat het niet meer doet. Een lichaam dat door anderen getild, gedragen, gekleed, gevoed, ontlast, geprikt, onderzocht, verplaatst, omhoog gehesen en verschoond moet worden. Al dat gesjor aan je lijf, terwijl je niet kunt zien waar de handen of de bedrand je de volgende keer  zullen raken. En hoe hard.

Hij lag in dat grote ziekenhuisbed als een visje te happen naar adem, de ogen gesloten, de lippen getuit, zijn borst rijzend en dalend op het ritme van de hartslag van een mus.

Veel mensen vinden het moeilijk om bij een mens te zijn die niet reageert. Dat vond ik eerst ook.

‘Hallo Sem, hoe gaat het jongen?’ Stilte. Moet ik zeggen wie ik ben, of herkent hij me wel aan mijn stem?

‘Je hebt het zwaar, he kerel? Vind je het zo lastig om adem te halen?’ Stilte. Misschien hoort hij me niet eens.

‘Wat kan ik voor je doen lieverd?’ Stilte. Misschien is hij niet echt bij bewustzijn, heeft hij geen weet van mensen om zich heen.

‘Vind je het prettig dat ik je aanraak of juist niet?’ Stilte. Ik sta mezelf hier belachelijk te maken.

Zo was het in het begin. Maar ik ging zijn antwoorden horen in mijn hart. En verklaarde mezelf eerst voor gek, want wie hoort er nu antwoorden in zijn hart? Dat fenomeen heet toch fantasie? Maar als ik in de beslotenheid van ons samenzijn durfde uit te spreken wat ik hem vroeg en wat ik dacht te voelen als antwoord, reageerde hij. Met een kreun, met meer rust, met een trilling in een mondhoek, zelfs met koortsverlaging.

Ik kan een half boek vullen met de twijfels die ik had over mijn waarnemingen, gedurende de tijd dat ik met hem omging. Dat ga ik niet doen. Laat ik eens kijken naar wat deze bijzondere communicatie behalve twijfels nog meer opleverde.

‘Hé kerel, wat lig je hier nou,’ begroette ik hem de eerste keer in het ziekenhuis. Stilte.

‘Je bent ver weg hè jochie. Gelukkig ook maar, want het ziet er naar uit dat je lichaam het niet prettig heeft. Ik ga je even zoeken.’ Ik zette mij tas neer en ging zitten in de leunstoel naast zijn bed. Deed mijn ogen dicht, ademde een paar keer diep uit, bracht mijn kolkende gedachten tot rust.

‘Sem, waar gaat dit nieuwe avontuur over?’ dacht ik in stilte.

‘Mijn trein staat op het punt om te vertrekken,’ hoorde ik in de stilte.

‘Jongen toch, dat lijkt heel serieus. Hoe moet ik dit beeld verstaan? Bedoel je de trein die jou weghaalt uit dit leven?’ Stilte. Doe het er maar mee. Versta het, of versta het niet.

Sindsdien kreeg ik een aantal malen tekst en beeld over zijn trein en de voorbereidingen voor zijn reis. Een deel van me nam de beelden aan, een deel van me hield tot aan zijn laatste ademteug de hoop vast dat het tij zou keren. Een verpleegster kwam binnen. Ze groette me met een knikje, liep door naar Sem en verzuchtte:

‘Ach jong, wat lig je te hijgen. Je lijkt wel een stoomlocomotief.’

Sterfgevallen zijn vaak omgeven met wondertjes, met gekke toevalligheden. Mensen die het van nabij hebben meegemaakt weten dat.

Sems trein vertrok op 3 januari. We waren er allemaal bij, ouders, broer en zussen, oma, vrienden, dokters. Het was een heel bijzonder moment. Thuis, bovenop de Chinese kast in de woonkamer stopte de klok, het was zeven minuten voor half negen. Hij zwijgt nog steeds, een monument voor Sems heengaan.

Bij de voorbereidingen van het opbaren liet zijn grote zus me Sems geboortekaartje zien. Er stond een treintje op, ze had het indertijd zelf getekend.

Mijn vijver raakte in die dagen bedekt met een blinde ijslaag. In het voorjaar dregde ik het verloren gegane leven op. Vier kikkers en drie vissen, in verschillende staat van ontbinding.

Sinds een paar maanden wonen er twee verlegen goudvisjes in, afkomstig van de vissenkom van een vriendin, die ze als decoratief symbool bij het Iraanse nieuwjaarsfeest had gebruikt. Goudvisjes, symbool voor het nieuwe leven.

Dit jaar houd ik de vijver open.

Deze blog had ik jullie al een tijdje geleden beloofd, als vervolg op ‘Hoe bescherm ik mijn kind.’

Waarom heb ik hem nog niet geschreven, dacht ik vandaag? Toen zei een klein stemmetje in mij: Omdat ik zelf niet weet hoe ik met shit moet omgaan.

Ahaaa! Betrapt!

En wat herkenbaar in mijn dagelijkse gedoetje met mijn zoon. Hoe leg ik het kind uit hoe hij het leven moet leven? Ben er zelf al geen ster in, althans, hier en daar zitten wat schoonheidsfoutjes, niet alles altijd koek en ei enzo…

We zijn er over het algemeen heel goed in te bedenken wat we niet kunnen of niet prettig vinden. Laat ik daar maar eens lucht aan geven. Dan komt het mooie vanzelf. Wat heb ik met betrekking tot dit onderwerp zelf ervaren in de opvoeding, of wat zie ik om me heen gebeuren wat ik niet prettig vind?

Geen belangstelling

Als een ouder nooit belangstelling toont, neemt het kind hem niet in vertrouwen. Zo krijgt de ouder niet de kans zijn levenswijsheid over te dragen.

Meteen adviezen

Het kind heeft zijn hart nog niet gelucht, of het wordt omver geblazen met adviezen. Resultaat: Kind op slot en de adviezen worden slecht opgevolgd.

Meningen en oordelen

De ouder geeft meteen oordelen en meningen over wat er is gebeurd. Het kind krijgt niet de ruimte haar gevoel of mening vorm te geven en kan haar les niet leren.

Rationaliseren

De ouder legt uit, analyseert, kategoriseert. Het gevoel van het kind wordt niet erkend, en verdwijnt naar het onderbewuste om van daaruit af en toe ongecontroleerd mee te zingen. Er wordt niets verwerkt.

Emotionaliseren

De ouder blijft hangen in hoe akelig desbetreffende ervaring is voor het kind. Er ontstaat een sfeer van slachtofferschap. Het kind voelt nu misschien wel erkenning, maar niet zozeer de kracht om verder te gaan.

Meteen oplossingen

Als er meteen oplossingen worden georganiseerd, wordt er niets verwerkt, en is de kans op herhaling groot.

De conclusie van bovenstaande kan zijn: Belangstelling is fijn en opent het contact. Adviezen, meningen, rationalisering en emotionalisering, ze hebben allemaal hun waarde, maar wel op het juiste moment.

Ik zou het zo doen.

  • Belangstelling voor het kind tonen. Altijd. En bij shit heeft dat prioriteit.
  • Als het kind vertelt over zijn ervaring: luisteren en uit laten praten.
  • Vragen stellen: Wat voel je, wat vind je, wat denk je?
  • Niet alleen maar luisteren, maar ook horen wat zij zegt.
  • Erkenning geven voor zijn beleving. Al zijn gevoelens en gedachten hebben recht van bestaan.
  • Melden wat het met jou doet. Maar houd dit gescheiden van de unieke beleving van je kind.
  • Vragen: Wat heb je nodig van mij? Hoe kan ik je helpen?
  • Als er een oplossing of een vervolg nodig is, eerst vragen: Wat denk je er zelf over?
  • En pas als allerlaatste vragen: Zou je mijn advies willen horen?

Volgens mij is ‘erkenning’  het sleutelwoord. Erkenning van haar gevoel en haar meningen, zonder oordeel. Mijn ervaring is dat je met die totale erkenning, zonder oordelen, als ouder het grootst mogelijke geeft. Erkenning zet een mens terug in zijn eigen kracht. Met die kracht kunnen oplossingen of een vervolg gevonden worden.

Er komen fantastische, waardevolle gesprekken, als je een shit-thema behandelt in deze volgorde. Dan blijkt ineens hoe wijs je kind zelf al is, of hoe krachtig, en hoe goed opgewassen tegen zijn uitdagingen.

Een kind is kwetsbaar en jong, maar net zo min onmachtig als wij volwassenen. In zijn innerlijk zitten sturing en een geweten, en intuitie, leergierigheid en talenten.

Help die aan de oppervlakte komen. Zo wordt de shit tot vruchtbare mest voor de bloementuin!

Aangezien ik als kind seksueel ben misbruikt, heeft het onderwerp altijd mijn interesse gehad. Deze belangstelling werd nog dwingender toen ik zelf een kind kreeg. Het ergste wat ik kon bedenken, was dat mijn zoon eens misbruikt zou worden… En ik maar piekeren: hoe kan ik dat helpen voorkomen?

Ik ben intensief en langdurig met mijn eigen misbruik aan de slag geweest. Daardoor weet ik nu waarom ik er vatbaar voor was.

Ik miste mijn vader. Ik snakte naar zijn aandacht en waardering, zijn omhelzing en koestering. Ik was als kind onbewust altijd op zoek naar een man die dit gat kon vullen. Dat is helaas wel heel plastisch…

Vatbaar, lees chantabel. Mannen beloofden me liefde en aandacht, en kwamen vervolgens bij me halen. Ik kon geen nee zeggen, geen grenzen stellen. Ik had de aandacht te hard nodig. Heel lang bleef er  verwarring zitten op het thema ‘liefde ontvangen / grenzen stellen’. Maar dat is een ander verhaal.

Een kind is klein en heeft geen lichamelijk overwicht. Daarom is het theoretisch altijd vatbaar voor misbruik. Maar in de praktijk zie je dat de meeste slachtoffertjes iets gemeen hebben. Ze zijn labiel, onzeker, kwetsbaarder dan andere kinderen. Ze hebben minder zelfvertrouwen, ze kunnen geen grenzen stellen. Ze zijn chantabel.

Zonder dat hij het wist, heeft mijn oom heeft me hierover veel geleerd. Hij was pedofiel.

Toen dit uit kwam, heb ik het er uitvoerig met een paar van zijn slachtoffers over gehad. Hij viel op jongetjes. Hij haalde ze binnen als ze nog klein waren en rekte de contacten zo lang mogelijk tot en met de puberteit.

We hebben uitgerekend hoeveel slachtoffers hij in zijn lange leven moet hebben gemaakt. Het zijn er tientallen.

Wat zo frappant was: de jongens kwamen zonder uitzondering uit ernstig ontwrichte gezinnen.

Alcoholverslaving van de ouders, geweld thuis, scheiding, mishandeling, verwaarlozing.

Hij gaf de kinderen bijles, een luisterend oor, wijze raad. Hij nam ze mee naar pretparken en musea, kookte voor ze, speelde onvermoeibaar suikeroom.  Kortom hij gaf ze het paradijs, alles wat ze altijd ontbeerden. Zeg daar als kind maar eens nee tegen, als je in ruil iets moet doen waarvan oom zegt dat het goed is. Ook al voelt het niet oké.

Als dit patroon een tijd aanhoudt, zitten de jongens vaak zo vastgedraaid in schaamte en schuldgevoel (ze werkten toch een soort van mee?) en verwarring (wat is nou wel en niet goed? Wat wil ik nou wel, wat wil ik nou niet?) dat het zelfs op hogere leeftijd (19 jaar) heel moeilijk blijkt om een grens te gaan trekken. Ze kunnen het met niemand bespreken; vrienden zullen ze voor gek verslijten, de ouders zullen ontploffen. Die reacties helpen helaas niet. Het onderwerp is dus taboe.

Hoe kon ik deze voorbeelden nu gebruiken bij de opvoeding van mijn zoon?

Ik besloot me ervoor in te zetten dat hij, hoe klein ook, in staat zou zijn om nee te zeggen. Dat hij minder makkelijk chantabel zou zijn, omdat hij geen liefde tekort kwam. Dat hij genoeg zelfvertrouwen zou hebben om grenzen te durven stellen. Dat hij minder makkelijk afhankelijk zou kunnen worden van een suikeroom. Dat hij doordrongen zou zijn van het feit dat hij de baas is over zijn lichaam.

Zoals met alles geloof ik dat ik zelf het voorbeeld moet zijn. Zo let ik bijvoorbeeld secuur op dat ik zijn grenzen respecteer.

Maar de allerbelangrijkste bijdrage aan zijn veiligheid is denk ik nog mijn verwerking van mijn eigen trauma. Je ziet immers vaak dat kinderen de pijn van de ouders nog eens dunnetjes over doen. Ook ik had dit thema helaas niet van een vreemde…

Dikke kans dat de kuikentjes groot en sterk zijn als de kip zelf goed gezond is.

Pedofiel

Ik heb jullie in het kader van ‘Hoe bescherm ik mijn kind‘  een blog beloofd over

‘5. Shit happens. Leren omgaan met de shit.’ Maar er piept nog een andere tussendoor, een voorbeeld van het denken in mogelijkheden en het hebben van oplossingen.

Toen ik een jaar of 7 was hing er bij ons in de buurt een pedofiel rond. Dit is hoe mijn moeder mij en mijn zus voorbereidde.

Op een dag stond er een politieauto voor een huis verderop in de straat. Daar woonde een meisje waar ik soms mee speelde. Het was niet beleefd om te blijven kijken, helaas.

‘Mama er staat een politieauto in de straat!’

‘Ik weet het schat.’

‘Wat komen die doen?’

‘Dat is nog niet helemaal duidelijk.’ Een paar dagen later was dat het wel. Mama zette zus en mij aan de keukentafel met een kopje chocolademelk.

‘In het park komt soms een meneer spelletjes met kinderen doen die niet leuk zijn.’ Mijn gedachten vlogen naar die niet leuke spelletjes. Dat voelde groot en donker, alsof het tentakels had waar je niet aan kon ontsnappen.

‘… hoe je aan hem kunt ontsnappen,’ zei mama. Ik had niet opgelet.

‘Dat werkt zo. Stel je voor dat een meneer je vraagt met hem te spelen. Wat zeg je dan?’

‘Nee dank u wel,’ zei zus.

‘Heel goed. Maar stel nou dat die meneer zo vriendelijk is geweest, dat je per ongeluk toch een stukje mee bent gelopen. Dan ben je in het park en dan wil je naar huis. Ga je dan rennen?’

‘Ja,’ zei zus.

‘Nee!’ zei mama.‘Dan doe je net alsof je met hem mee wil gaan. Maar je zegt tegen hem: Ik bedenk me net dat ik mijn pop heb thuis gelaten. Daar kunnen we mee spelen. Wacht u even hier, dan ga ik hem halen. En dan draai je je rustig om. Ga je dan rennen?’

‘Ja,’ zei zus.

‘Nee, nog steeds niet,’ zei mama. ‘Dan loop je heel rustig weg, zodat hij denkt dat je meewerkt. Pas als je uit zijn zicht bent ga je rennen.

Het is heel vervelend om te weten dat die man er is en wat hij doet,’ zei mama. ‘Maar het helpt om dingen te weten.’

Mama kreeg gelijk, begrip helpt tegen angst. En een degelijk actieplan nog meer. Vanaf de volgende dag bazuinden we het actieplan rond aan ieder die het maar horen wilde. De kinderen uit de buurt waren er blij mee. Ik ook, ik voelde me sterker. Want ik wist wat ik tegen foute mannen moest doen.

Want het helpt om te weten wat er speelt.

En het helpt om al van te voren oplossingen te hebben.

En het helpt om er open met elkaar over te praten.

Vandaag las ik op de mamablogs een post van een ouder die zich zorgen maakt over de gevaren die haar kinderen bedreigen.

Die angsten  kennen wij ouders allemaal. We zetten onze kuikens op de wereld. Ze kunnen nog maar amper hun rits zelf dicht doen of hebben net hun eerste zwemdiploma gehaald. Of ze zijn voor het eerst naar de disco geweest. Zij voelen zich heel groot en stoer, maar wij weten wat er in de buitenwereld allemaal op de loer ligt.

Hoe beschermen we ons kroost daartegen?

Niet.

We kunnen ze natuurlijk waarschuwen. Pas op, het vuur is heet. Pas op, niet met vreemde mannen meegaan. Pas op, niet zomaar geld lenen aan jan en alleman. Blijf van de drugs af. Maar er zit volgens mij een grens aan de frequentie waarmee we kunnen waarschuwen.

Hoe zou ik als kind reageren als mijn moeder me zou blijven waarschuwen voor alles wat maar erg is? Ik zou bang worden. En ik zou zien dat mijn moeder ook bang is, en dat zou mijn onzekerheid nog versterken. Want als zij niet is opgewassen tegen de grote mensenwereld, hoe moet ik me dan ooit redden? Ik heb als kind, als mens, zelfvertrouwen nodig om me weerbaar te voelen.

Als ik zelfvertrouwen heb voel ik me weerbaar. Als ik me weerbaar voel, ben ik rustiger, heb ik een beter overzicht en kan ik beter inschatten of een situatie gevaarlijk wordt. Met rust in mijn hoofd kan ik ook beter bedenken hoe ik weer uit een gevaarlijke situatie kan komen.

Mijn zoon glanst van zelfvertrouwen. Het zal vast de aard van het beestje zijn (hij heeft het niet van zijn moeder, haha. Ik heb het stapje voor stapje op mezelf moeten overwinnen), maar misschien heeft mijn strategie er ook toe bijgedragen:

  1. Zelfvertrouwen bouwen: complimenten geven
  2. Het eigen oplossend vermogen trainen
  3. Positieve suggestie
  4. Altijd praten en denken in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden.
  5. Shit happens. Leren omgaan met de shit.

1. Zelfvertrouwen bouwen: complimenten geven

Ik heb hem altijd geprezen om zijn vaardigheden, zijn inschattingsvermogen, zijn vindingrijkheid, al waren die nog zo klein. Het feit dat ik vertrouwen in hem had en toonde, maakte dat hij meer vertrouwen kreeg in zichzelf.

2. Het eigen oplossend vermogen trainen

Ik vroeg wat zijn oplossing zou zijn in een situatie die volgens mijn inschatting net een beetje boven zijn pet lag. Dan prees ik hem om zijn idee, en voegde eventueel advies toe. Dit doe ik nog steeds.

‘Wat zou jij doen als iemand je knikkers afpakte?’

‘Wat zou je doen als je ’s nachts in de Warmoesstraat liep en je zag in de verte ongure types aankomen?’

3. Positieve suggestie

Ik laat hem zien dat ik er vanuit ga, erop vertrouw, dat hij weet wat het beste voor hem is.

‘Omdat jij zo goed kunt samen spelen, ga je het vanmiddag vast heel leuk hebben met die nieuwe vriendjes, ook al is het de eerste keer.’

‘Jij voelt gelukkig diep van binnen wat gezond voor je is, dus je zult altijd je grenzen herkennen als het gaat om blowen.

4. Altijd praten en denken in mogelijkheden

Kijk eens naar dit verschil:

‘Stel dat het huis in brand staat. Dan kun je je branden. Je kunt het benauwd krijgen. Je kunt in paniek raken en de deur niet van het slot krijgen. Dus pas op met kaarsen!’

Of:

‘Stel dat het huis in brand staat. Wat goed dat we de buren zo dichtbij hebben. Dat we meerdere telefoons hebben. Dat je het alarmnummer uit je hoofd weet. Dat spullen niet zo belangrijk zijn om te verliezen aan brand. Dat jij hard kunt lopen.’

5. Shit happens. Leren omgaan met de shit

Hierover schrijf ik mijn volgende blog.

Deze strategie paste ik niet een keer  toe, maar consequent, jaar in jaar uit.

Kinderen voldoen graag aan de verwachtingen van hun ouders. Als wij diep van binnen geloven dat ze iets fout zullen doen dan zul je net zien….! ‘Verdorie, ik heb het je nog zo gezegd!’

Als wij ervan uit gaan dat ze tegen het leven opgewassen zijn, dan zullen ze ons dat laten zien.

Laten we het positieve verwachten, niet zozeer van het leven misschien, maar wel van ons kind. Dan kunnen ze op ons bouwen.

Kan ik mijn zoon beschermen tegen het leven? Nee. Maar ik kan hem een geweldige gereedschapskoffer meegeven.

Anderhalf jaar geleden, voordat ik besloot om het met mijn zoon gezellig te hebben gedurende zijn puberteit, hadden we het niet zo gezellig.

Bij alles wat ik wilde hing hij in de remmen. Als ik hem vroeg te komen eten, kwam hij een kwartier later. Eens was ik zo woest, dat ik zijn eten in de vuilnisbak schoof. Dat zal hem leren! dacht ik vals. Nee dus.

Ga je naar bed?/ 10 minuten later: ga je naar bed?/16 minuten later: ga maar naar bed /30 minuten later: wat heb ik nou gezegd!/43 minuten later: Je ziet er niet uit met die blauwe wallen hoe wil je functioneren op school als je nooit op tijd gaat slapen toeter toeter toeter. Ging hij dan naar bed? Nee. Jawel, als ik heel erg zeurde, 57 minuten later, met een Ipod en zijn PSP.  Tja…

Maar het vervelendste waren de ruzies. Beiden hadden we een kort lontje. Boem, brand erin.

Met het besluit: wij gaan het heel gezellig hebben, stelde ik een wensenlijstje op.

Ik wilde

  • Dat hij voortaan op tijd was
  • Dat hij zijn kamer opruimde
  • Dat hij af en toe vrolijk was
  • Dat hij niet zou gaan roken
  • Dat hij me niet steeds verwijten maakte.

En zo nog wat meer. Toen keek ik hoe ik zelf zou scoren op die wensenlijst.

  • Ik was meestal niet op tijd, zeker niet bij mijn zoon. Hij was de sluitpost van mijn agenda.
  • Ik liet het huishouden vaak sloeren. Zoon leefde dagelijks in mijn rotzooi.
  • Humeur? Meestal de mondhoeken op half 7, vooral als het tussen hem en mij niet boterde.
  • Ik rookte
  • Ik maakte hem continu verwijten

Mijn vader stond vroeger strak van de regels. O wee als we niet deden wat hij zei. Maar zelf hield hij zich er niet aan. Voor mijn vader was ik bang. Hem gehoorzamen zorgde voor een giftige afzetting in mijn aderen.

Voor mijn moeder had ik respect. Zij leefde wat ze zei. Als ze ernaast had gezeten, bood ze haar excuses aan. Ze was redelijk en consequent. Ik voegde me moeiteloos naar haar regels.

Wat krijg ik als ik van mijn kind eis wat ik zelf niet bereid ben te geven? Afstand, op zijn best.

De bezem erdoor dus. Sindsdien zijn het huishouden en mijn stemming opgeschoond, evenals mijn longen. Ik ben gestopt met roken. Ik uit geen verwijten meer, hooguit behoeftes. Als hij me nodig heeft ben ik er voor hem, en op tijd.

Ik hoefde niet lang op effect te wachten. Nog dezelfde dag veranderde ook de houding en het gedrag van mijn zoon, zonder dat ik iets over dit hele proces had gezegd.

Dat was het begin.

Wordt vervolgd.

Vriend van zoon had gister voor het eerst samen met zoon een blowfeestje met mij in de buurt. Mij, een heuse ouder. Een groot mens. Zulken zouden niet getuige moeten zijn van zijn puberale experimenten.

Het spul was goed, zijn benen zwabberden op spagettiwijze een beetje door. Hij stond bij de achterdeur (ze roken buiten op het bankje bij de vijver, binnen mag niet) een niet geheel gecoordineerde poging te doen om zich voor me te verstoppen.

‘Maf he, dat ik je zo zie?’ brak ik het ijs. Hij grijnsde. Ik boog me weer over mijn macje. Hij heeft er maar aan te wennen. Ik heb ze liever bij mij thuis dan ergens buiten in de bosjes. Wie weet wat voor griezels ze daar tegen komen.

De openheid tussen mij en de jongens levert dagelijks wat op. Vandaag vertelde zoon me over ritalin.

‘Ken je dat?’ vroeg zoon.

‘Jazeker. Dat is een medicijn voor ADHD.’

‘Ik weet dat ADHDers het gebruiken, maar is het een medicijn?’

‘Ja, hoezo?’

‘Wist je dat je daar druk van wordt, als je geen ADHD hebt? Kinderen die ADHD hebben verkopen het op school aan lui die het niet hebben. Als een soort nep-speed.’

Ik verschoot van kleur. Slikte. Telde tot tien. Toen voelde ik me in staat hem rustig uit te leggen dat hij maar met zijn verdomde tengels van de ritalin moest afblijven. En waarom.

Allejezus. Wat ben ik blij met de openheid!

Waarom moet die van mij altijd zo voorlijk zijn. Als ie wijze dingen zegt over de communicatie tussen mensen of het leven voor het leven vind ik het leuk. Maar als het over drugs gaat…

Hij heeft me heel vriendelijk voorbereid. Door me het hemd van het lijf te vragen over mijn eigen ervaringen (stap 1). Ik? Niet veel, hash en wiet (bah), sigaretten (bah maar rustgevend), alcohol (lekkere smaak, maar die kater….!) en opium (heerlijk maar te duur). Dus ik ben niet zo van de drugs, persoonlijk.

Zoon wel, die deelde me mee (stap 2) dat hij van plan is in zijn leven heel veel te gaan proberen. Goedzo, daar is het leven voor, zei ik dapper.

Hij las een boek dat nuchter alle voors en tegens van drugs beschijft. Vertelde me dat dit boek de irreele angsten betreffende drugs ontzenuwt, en wou graag dat ik het ook lees (stap 3).

Ik snuif in de kamer van zoon. ‘Wie van jullie heeft gerookt?’ vraag ik by-the-way-achtig. Zoon en zijn vriend kijken allebei wazig onschuldig ongeïnteresseerd, eigenlijk-met-iets-anders-bezig-achtig. Aha.

In het gesprek een paar dagen later – ja, hij is pas geleden begonnen met blowen – komen we snel bij de kern. Zijn kern is dat hij het leven volop wil inhaleren. Mijn kern is dat ik hem oprecht alle menselijke ervaringen toewens waar hij op uit is – waar zijn we anders mens voor – maar dat ik wat krampen heb in het moederzorgorgaan.

Ik spreek mijn zorgen uit, zonde van die groeiende longen/ gaat dat niet ten kosten van je ambities en schoolresultaten/ val je niet van je fiets als je stoned bent / ga niet om met foute types/ please please geen heroïne. Ik uit ze, niet om hem ermee te wurgen, maar om mijn onderstromen van onze communicatie over drugs te laten zien.

We bekijken samen of er elementen zijn waarbij ik gewoon mijn huiswerk moet maken (mijn irreele angsten onder ogen zien en het boek lezen) en of  er ook elementen zijn waarover we in gesprek kunnen blijven. Zoals schoolresultaten: Kunnen we tot de  afspraak komen dat hij het alleen in het weekend doet?

Want verboden werken niet. Dat zegt hij me heel eerlijk. Een verbod zal hem niet weerhouden. Op zo’n moment zou ik de verbinding met hem kwijtraken en dat is het laatste wat ik wil. Ik koester de openheid tussen ons. Als hij me vertrouwt durft hij zijn ervaringen met me te delen. Dan kan ik meedenken op kruispunten en in crisissituaties.

Als ik zijn avonturen niet kan stoppen, dan wil ik er wel heel graag bij zijn. Ik hoef niet in zijn nek te hijgen want hij heeft wel recht op privacy, maar wil hem volgen in grote lijnen. Per slot is hij nog maar 14.

Laatst zag ik hem high (stap 4). Niet stoned maar high (Zoek op in het boek ‘Uit je Bol’). Dat was weer even stretchen. Zoon wordt leip. Doet raar, lacht gek, beweegt als een malloot. Beweegt niet. Aaaaah! Help, dit moet niet!

Maar wat zag ik echt, dwars door al die idiotie en mijn angsten heen? Dat hij een sterke persoonlijkheid heeft, uitstekend is toegerust op het leven, dat hij zijn grenzen aardig kent en er met veel creativiteit en overgave mee durft te spelen. Dat hij moedig is en gelukkig.

Mijn vertrouwen in hem is weer gegroeid. Zoals altijd versterkt dat zijn zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen versterkt op zijn beurt zoons zelfbeeld en bewustzijn omtrent wat hij aan kan en aan wil. Dat lijkt me de kern van opgroeien en mens zijn.

De openheid straalt ook af op zijn vrienden. Ze lezen allemaal zijn boek. Schoorvoetend ontstaan er gesprekken met mij erbij. Een van hen zei gister:

‘Bijna iedereen in de klas doet het. Er is maar een enkele ouder van op de hoogte. We durven er niet over te praten.’ Tjonge.

‘Blowt ie al?’ vroeg een kennis in de AH. ‘Goedzo, van alles uitproberen, daar wordt ie wijs van. Goed boek erover lezen en gewoon doen.’

‘Hoe oud was jij toen je ermee begon?’ vroeg ik.

‘Vijftien. Mijn moeder moest er niks van hebben. Maar ik zei: Vader drinkt. Aan de alcohol gaan veel meer mensen dood dan aan de drugs.’

En zo is het zeker. Voor bibberende ouders en nieuwsgierige kinderen:

‘Uit je bol’, door Gerben Hellinga en Hans Plomp.

www.uitjebol.net

p.s. Ben heel benieuwd naar jullie gedachten hierover!

Zoonlief (14) las gister al mijn stukjes. Hij zocht naar passages over hem zelf.

Zegt ie, aan het eind gekomen van ‘Etiketten-kinderen:’

‘En wat voor etiket heb ik mama?’

Grapjas.

Het etikettenwoud wordt steeds groter. Ieder jaar lijkt er een boom bij te komen. ADHD, ASS, ADD, ODD, PDDNOS, HIQ, HSP. Enzovoort. Ik loop er in rond, omdat ik er als coach van Magic of Life mee te maken heb, maar ik voel me er heel ongemakkelijk.

Ik ben in dat bos op zoek naar  mensen. Naar de kinderen en hun mama’s en papa’s. Wat ik zie is opschriften en behandelmethodes en dossiers en cijfers en scores en vragenlijsten, eindeloze vragenlijsten, wachtlijsten en procedures en schriftelijke afwijzingen en nog meer letters.

Ergens achter die etiketten moeten zich de kinderen bevinden.Wat ik vermoed is dat er kinderen zijn die hard roepen of juist zwijgen in het donker en zich toch onbegrepen voelen. Eenzame kinderen. Verder vermoed ik mama’s die ook roepen of zwijgen in het donker en zich onbegrepen voelen. Oververmoeide, moedeloze moeders.

Wat is mijn allergie tegen etiketten? Misschien ligt dat persoonlijk. Ik heb een rigide vader met nul inlevingsvermogen, die altijd alleen maar kan zien wat ik presteer, vertaald in cijfers en diploma’s en inkomstenstrookjes. Hij scant zijn medemens in etiketten en statistieken en velt vervolgens zijn vlijmscherpe oordeel.

Mij ziet hij nooit. Dat doet pijn, ook nu nog na 47 jaar. Maar ik zal er mee moeten leven, want hij heeft  Asperger. Daar kwamen we een jaar of 2 pas achter. Aha, een etiket.

Wat leverde  zijn etiket mij op? Was het geen mosterd na de maaltijd? Ik voelde een wolkje erkenning in mezelf. Een vleug begrip vanuit de omgeving. Maar mijn jeugd verandert er niet door. En ik mis hem nog steeds als warme, betrokken, ondersteunende vader.

Het etiket helpt om dingen te begrijpen, maar het helpt me niet bij wat me te doen staat: van hem houden. Dat is me na veel introspectie wel gelukt en daar ben ik trots op. Ik houd niet van wat hij doet en zegt, dat vind ik buitengewoon akelig. Maar ik houd wel van wie hij is. De compleetheid van zijn ziel is onaangetast en kan ik gelukkig los zien van zijn gebrekkige gedoe.

Ik ben op zoek naar mensen, en maak graag contact met ze. Niet met wat er in hun dossier staat, maar met hun wezen. Met wie ze van binnen zijn, ook al kunnen ze dat niet altijd even makkelijk uitdrukken. En ik vind het heerlijk mensen te helpen elkaar te vinden. De mama’s en papa’s en hun kinderen in het etikettenwoud.

Oudere Berichten »